ALGEMEEN REGLEMENT VOOR DE ARBEIDSBESCHERMING PDF

Description of the national fire regulation framework for buildings in Belgium Within Belgium, federal authorities, communities, regions and even municipal authorities are responsible in various capacities foor the prevention of and protection against fire. Dit is de te volgen richtlijn voor huishoudelijk installaties:. Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties — Wikipedia Omdat de bepalingen uit titel III verouderd waren werd besloten om een apart reglement met voorschriften in te voeren voor het elektrisch materieel en elektrische installaties. Seven criteria define the European classification Euroclasses for building materials. Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 19 jan om Weergaven Lezen Bewerken Geschiedenis.

Author:Yozshule Kajigul
Country:Guinea-Bissau
Language:English (Spanish)
Genre:Science
Published (Last):25 March 2005
Pages:477
PDF File Size:1.23 Mb
ePub File Size:13.54 Mb
ISBN:464-5-12813-225-8
Downloads:41459
Price:Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader:Toshura



Bouw- en onderhoudswerken Art. Afdeling III van dit hoofdstuk is van toepassing op de personen, ondernemingen en instellingen bedoeld in artikel 28 van dit reglement. Materieel, toestellen, installaties en produktieinrichtingen Art Art Het materieel, de toestellen, de installaties en de produktieinrichtingen van elke aard zijn aangepast aan de uit te voeren werkzaamheden. Ze hebben voldoende weerstand om aan de lasten en krachten, waaraan ze kunnen worden onderworpen, te weerstaan.

Ze mogen geen gebreken vertonen die de veiligheid in het gedrang kunnen brengen en worden in goede staat gehouden. Art De toestellen, de installaties en de produktieinrichtingen zijn zodanig aangebracht, opgesteld of gebruikt dat ze een voldoende stabiliteit bieden. Art Op elke aanvraag van de met het toezicht gelaste ambtenaar, deelt het ondernemingshoofd of zijn afgevaardigde, voor elke stelling met een hoogte van meer dan 8 m, de referentie mede van de norm, de berekeningsmethode of de code voor goede praktijk gebruikt voor het ontwerpen van de stelling.

Art De gebruikte materialen zijn van goede kwaliteit en verkeren in goede staat. Art Het gebruikte hout is van het soort met lange vezels, zonder barsten noch andere gebreken die de weerstand ervan kunnen schaden. Daarenboven is het volledig van zijn schors ontdaan als het gebruikt wordt voor het maken van stellingen, platformen, loopbruggen, trappen en ladders.

Art De metalen onderdelen vertonen geen scheuren noch andere gebreken die de weerstand ervan kunnen schaden. Art De toestellen uitgerust met beweegbare platformen, bakken, grijpers of andere dergelijke uitrustingen mogen niet alleen gelaten worden met deze uitrustingen in geheven stand.

Art De beweegbare toestellen en de voertuigen mogen slechts opgesteld en gebruikt worden op plaatsen waar hun stabiliteit verzekerd is, inzonderheid rekening houdend met de aard en de staat van de bodem en de vorm van het terrein. Wanneer laders op wielen of rupsen, tractors op wielen of rupsen, wegschaven of scrapertractors, met een nominaal vermogen van minstens 15 kw, moeten gebruikt worden onder omstandigheden die de door de constructeur vastgestelde stabiliteitsgrenzen benaderen, dienen deze bouwmachines te worden voorzien van een constructie ter bescherming bij omslaan die conform is met een norm of code van goede praktijk.

De bestuurdersplaats moet uitgerust zijn met een veiligheidsgordel. Art Een persoon die niet volledig 18 jaar oud is of die de vereiste geschiktheden niet bezit om een beweegbaar toestel of een voertuig op de openbare weg te besturen, mag dat toestel of dat voertuig op een bouwplaats niet besturen, of toegelaten worden te besturen, ongeacht of die persoon al dan niet tot de onderneming behoort. Art en [Opgeheven, KB ] Art Aangepaste stellingen worden gebruikt voor alle werkzaamheden die niet zonder gevaar met een ladder of andere middelen kunnen worden uitgevoerd.

Art Loopbruggen, trappen, bordessen, ladders, hellende vlakken of liften zijn oordeelkundig verdeeld zodat de werknemers beschikken over gemakkelijke toegangs- en evacuatiemiddelen Art Het is verboden zich van de ene naar de andere verdieping van een afgewerkte stelling te begeven door langs de elementen van het geraamte ervan te klimmen of er zich langs te laten glijden.

Art Als de werknemers blootgesteld zijn aan een val van meer dan 2 m, dan zijn de werk- en loopvlakken met volgende collectieve beveiligingselementen uitgerust: a.

Deze collectieve beveiligingselementen mogen enkel worden onderbroken op de toegangsplaats tot een ladder. Art De bovenlat van een leuning bevindt zich op 1 m tot 1,2 m hoogte boven de werk- of loopvlakken.

Tussen de bovenlat en de kantlijst is een tussenleuning aangebracht tussen 40 tot 50 cm boven het werk- of loopvlak gelegen. De kantlijsten zijn ten minste 15 cm hoog. Art Behalve als het gaat om gelaste, geklonken of geschroefde metalen elementen, zijn de leuningen, tussenleuningen, de kantlijsten en de panelen aan de binnenkant van het steunelement vastgehecht. Art Indien deze elementen niet op een afstand van tenminste 1,5 m van de lege ruimte gelegen zijn, dan voldoen ze aan de vereisten gesteld voor de beveiligingselementen bedoeld in de artikelen en Art Als het niet mogelijk is de collectieve beveiligingselementen bedoeld in artikel aan te brengen of als er gevaar bestaat van over deze beveiligingselementen heen te vallen, dan worden vangelementen aangebracht: hetzij vloeren of gelijkwaardige collectieve vangelementen, die een werknemer kunnen opvangen voordat hij een vrije val verricht van meer dan 3 m; hetzij netten of gelijkwaardige collectieve vangelementen, die een werknemer kunnen opvangen voordat hij een vrije val verricht van meer dan 6 m.

De vrije valhoogte wordt gemeten bij het laagste punt van het vangelement. Art De uitsteek van de vangelementen is de functie van het hoogteverschil tussen de bovenste rand van het vangelement en het beginpeil van de val.

De afstand horizontaal gemeten tussen de bovenste rand van het vangelement en de verticale die door het beginpunt van de val gaat, bedraagt ten minste: 2 m voor een hoogteverschil dat 4 m niet overtreft; 3 m voor een hoogteverschil dat 4 m overtreft.

Art De vangelementen hebben: a. De vangelementen zijn zodanig aangebracht dat het slachtoffer van een val niet in aanraking komt met een hindernis. De netten en de gelijkwaardige collectieve vangelementen hebben een voldoende elasticiteit 4 om de opgevangen werknemer van elke verwonding te vrijwaren. De helling van de vangvloeren mag 45 niet overschrijden.

Art Als het uitvoeren van een speciaal werk het tijdelijk wegnemen van een beveiligingselement tegen het vallen noodzakelijk maakt, worden doeltreffende vervangende veiligheidsmaatregelen getroffen, zoals automatisch werkende leuningen of panelen, beweegbare leuningen of panelen, handvatten, veiligheidsgordels of elk ander middel om het vallen van werknemers, materieel of materialen te voorkomen.

Art Doeltreffende maatregelen worden genomen om de stabiliteit van bekistingspanelen met grote oppervlakte te verzekeren bij de behandeling, het gebruik en de opslag ervan, rekening houdend met de invloed van de wind. Art Het onder spanning brengen van de bewapening in voorgespannen beton, alsook het wegnemen van de hiervoor gebruikte vijzels gebeuren onder het toezicht van het ondernemingshoofd of zijn afgevaardigde. Deze persoon zorgt voor het plaatsen van inrichtingen die de werknemers doelmatig kunnen beschermen tegen het gevaar van een mogelijke vrijmaking van de tijdens het onder spanning brengen van de bewapening erin opgestapelde energie.

Aardewerken Art De werken van alle aard tot ophoging, uitgraving, uitholling van grond, moeten derwijze uitgevoerd worden dat elke grondinzakking voorkomen wordt. Naar gelang de werken vorderen, zullen de wanden van de uitgegraven gedeelten door aan de aard van de grond en van het werk aangepaste steunen geschraagd worden.

De ondersteuningswerken dienen door een onderlegd personeel onder het toezicht van een verantwoordelijke aangestelde gedaan. Gepaste maatregelen dienen getroffen om ongevallen te voorkomen, die door de instorting van opgehoopte aarde, opgestapelde bouwstoffen, of het vallen van materieel of van eender welke zware voorwerpen zouden kunnen veroorzaakt worden. Art Elke putas dient nauwkeurig te worden gemerkt, ten opzichte van twee vaste punten.

De gesteldheid van de putwanden dient dagelijks gecontroleerd. Het is verboden op de schragingshouten buizen, balken of ander bouwmateriaal te laten rusten. Art De arbeiders, die op in helling aangelegde uitgravingswerken arbeiden, mogen zich nooit de ene boven de anderen bevinden. Zij zullen door passende middelen tegen de gevaren van verzakking worden beveiligd.

De uitgravingen van meer dan 1m50 diepte dienen van een voldoend aantal ladders voorzien om aan het personeel de mogelijkheid te geven deze snel te ontruimen. Tijdens de ganse duur der werken moeten de plaatsen, waar de oneffenheid van de grond tot ongevallen aanleiding kan geven, zoveel mogelijk, behoorlijk overdekt of met stevig gevestigde schutsels omringd zijn. Het mag slechts aangewend worden, wanneer het te allen opzichte aan de hoedanigheden beantwoordt, die voor het gebruik waartoe het bestemd is, vereist zijn.

Art [gedeeltelijk opgeheven] De stellingen mogen enkel onder de leiding van een bevoegde en verantwoordelijke persoon en zoveel mogelijk door bevoegde werklieden, die aan dergelijk werk gewoon zijn, gebouwd, afgebroken of merkelijk gewijzigd worden. Elk stuk dat in slechte staat is of waarvan de sterkte kan betwijfeld worden, dient van de werf verwijderd. Art [gedeeltelijk opgeheven] Het is verboden de stellingen lasten te doen dragen, die de weerstand of de vastheid er van zouden kunnen in gevaar brengen.

Zware lasten dienen heel voorzichtig vervoerd en opgeslagen zodat schokken worden vermeden. De lasten dienen zo gelijkmatig mogelijk verdeeld en, in elk geval, derwijze dat zij het evenwicht, niet in gevaarlijke mate verstoren. Het is verboden de stellingen te overladen of er bouwstoffen op te stapelen zodat het verkeer gedurende het gebruik er van zou belemmerd worden. De nodige voorzorgsmaatregelen dienen getroffen om het vallen van bouwstoffen te beletten. Art [gedeeltelijk opgeheven] De stellingen moeten immer in goede staat worden gehouden en elk deel er van dient derwijze vastgehecht of gebonden dat het tijdens een normaal gebruik niet kan worden verplaatst.

Geen stelling mag gedeeltelijk worden afgebroken en in een staat gelaten die haar gebruik toelaat, tenzij het overblijvend gedeelte nog steeds aan de bij deze littera a voorziene voorschriften beantwoordt. Vaste stellingen met steigers Art [gedeeltelijk opgeheven] De steigers en stutten van vaste stellingen moeten verticaal worden geplaatst of dienen lichtelijk naar het gebouw over te hellen. Er zullen doeltreffende voorzorgsmaatregelen worden genomen om het verplaatsen van de voet der steigers te voorkomen.

De steigers die op roosterwerk zijn gevestigd, dienen op een voldoend stevig houten voetstuk te rusten, hetwelk de drukking over ten minste drie liggers verdeelt en vastgemaakt is aan de uiterste liggers. In elk geval, moeten de steigers een plat steunvlak hebben en op een voldoend stevig en weerstandbiedend vlak rusten. Art [gedeeltelijk opgeheven] De draagbalken moeten praktisch horizontaal zijn en door doelmatig erkende bevestigingsmiddelen stevig aan de steigers worden vastgemaakt.

Art [gedeeltelijk opgeheven] De dwarshouten moeten recht zijn en derwijze vastgemaakt dat zij zich niet kunnen verplaatsen. Wanneer een uiteinde van de dwarshouten in een muur wordt ingevoegd, zal het in de holte door middel van houten wiggen worden vastgezet.

De afmetingen van de dwarshouten en hun onderlinge afstand dienen in verhouding te zijn met de lasten die zij zullen moeten dragen. Vaste stellingen met ladders Art [gedeeltelijk opgeheven] De stellingen met ladders mogen enkel gebruikt worden om lichte werken uit te voeren, waarvoor slechts weinig bouwstoffen nodig zijn bepleisteren, schilderen en dergelijke werken.

Art [gedeeltelijk opgeheven] De bomen dezer ladders dienen op een sterk en horizontaal voetstuk te rusten. Wanneer een ladder gebezigd wordt om een andere te verlengen, moeten beide ladders elkaar op een lengte van ten minste 1m50 bedekken en zij moeten stevig aan malkaar vastgemaakt zijn.

Stabiliteit van de vaste stellingen met steigers of met ladders Art [gedeeltelijk opgeheven] Elke stelling moet op een voldoende en passende wijze door dwarshouten verbonden zijn, en behoudens wanneer het om een onafhankelijke stelling gaat, stevig aan het gebouw worden verbonden. Het is verboden de stellingen aan eender welk gedeelte van het gebouw, dat niet heel stevig is, vast te maken. Wanneer twee buitenstellingen aan de hoek van een gebouw bijeenkomen, dient de vastheid van het geheel versterkt.

Vliegende stellingen Art [gedeeltelijk opgeheven] Art Dit artikel is van toepassing op al de vliegende stellingen, namelijk op al de stellingen die niet rechtstreeks op de eronder gelegen bodem steun vinden, ongeacht of ze vast of verplaatsbaar zijn. Art De draag-, steun- of verankeringsinrichtingen, balken, beugels, haken, verrolbare draaginrichtingen en andere dergelijke inrichtingen die de werk- of loopvlakken dragen, hebben voldoende weerstand om aan de lasten en krachten, waaraan ze kunnen worden onderworpen, te weerstaan.

Art Deze inrichtingen zijn uit staal en derwijze vervaardigd dat elke onverwachte verplaatsing van zowel het geheel als van de samenstellende onderdelen wordt voorkomen. Art Enkel de weerstandbiedende delen van een constructie mogen als steun- of verankeringspunten van deze inrichtingen worden gebruikt. Art De ballast en de draag-, steun- of verankeringsinrichtingen zijn berekend om aan het kantelen naar de diepte te weerstaan bij een kracht gelijk aan ten minste het dubbele van de te verwachten kracht.

Art Het ondernemingshoofd of zijn afgevaardigde controleert regelmatig de ballast en ten minste voor elke nieuwe indienststelling en na elke werkonderbreking van meer dan 24 uur. Art Art. Art Een in dit artikel bedoelde stelling, de uitrusting van en de draaginrichting inbegrepen, is gelijkgesteld met een heftoestel en onderworpen aan de voorschriften van titel III, hoofdstuk I, afdeling II van dit reglement, zonder dat er aanleiding bestaat de beperking van artikel ter b, toe te passen.

Art De werkvloeren zijn gedragen door stevige onvervormbare metalen beugels, die eronder doorgaan, stevig eraan vastgehecht zijn en voorzien van een onafneembare inrichting voor de bevestiging van de ophanginrichting. Art De ophanginrichtingen bieden alle waarborgen van stevigheid en stabiliteit.

Art Doeltreffende voorzorgen worden genomen om slingeren en andere verplaatsingen van de werkvloeren, waarbij de werknemers aan kwetsuren kunnen worden blootgesteld, te voorkomen. Bij zittend werk worden de werkvloeren op een afstand van ten minste 30 cm van de wanden van de constructies gehouden.

Art De lieren of andere bedieningstoestellen speciaal vervaardigd voor de verplaatsing van de hangstellingen, mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt. Art De lieren of andere bedieningstoestellen zijn uitgerust met ten minste twee veiligheidsorganen met onafhankelijke werking.

Een van de organen is een rem die het toestel tot stilstand brengt bij het wegvallen van de drijfkracht. Indien het toestel mechanisch gedreven wordt, brengt deze rem de werkvloer tot stilstand zodra men het bedieningsorgaan loslaat.

Art Het gebruik van touwen is verboden. De kabels die de werkvloeren dragen: a. Als deze toestellen aan de werkvloeren zijn bevestigd, worden de werknemers verwittigd zodra de kabelreserve 3 m bedraagt.

Art De lasten zijn derwijze opgesteld of vastgehecht dat ze niet glijden, rollen of kantelen. Art Als de verrichte werkzaamheden of de vervoerde lasten een brandrisico bieden, zijn de werkvloeren voorzien van ten minste een blustoestel, dat het mogelijk maakt een begin van brand doeltreffend te bestrijden. Het gebruik van blustoestellen met broommethyl, tetrachloorkoolstof of alle andere producten waardoor giftige uitwasemingen kunnen ontstaan is verboden.

De werknemers zijn vooraf ingelicht over de gebruikswijze van het blustoestel. Art De werkvloeren worden zodanig bediend dat zij zo horizontaal mogelijk blijven en nooit een helling van 15 pct. Art De nodige maatregelen worden getroffen opdat de werkvloeren, de uitrusting en de lasten ervan, niet aan een konstruktiedeel of aan enige hindernis kunnen blijven haken tijdens de verplaatsing ervan.

Art Onverminderd de voorschriften van artikel waarbij het aanbrengen van collectieve beveiligingselementen wordt opgelegd, dragen de op een werkvloer tewerkgestelde werknemers een veiligheidsharnas beantwoordend aan de voorschriften van het koninklijk besluit van 31 december betreffende de persoonlijke beschermingsmiddelen; het harnas wordt aan een voldoend stevig element van de hangstelling of van de ophanging vastgehecht door middel van een inrichting die elk onverwacht loshaken uitsluit.

Het gebruik ervan als draag- en werkinrichtingen is onderworpen aan de naleving van de voorschriften van dit artikel. Art De in dit artikel bedoelde toestellen, heel de uitrusting ervan en de hefinrichting, zijn gelijkgesteld met de heftoestellen en onderworpen aan de voorschriften van titel III, hoofdstuk I, afdeling II van dit reglement, zonder dat er aanleiding bestaat de beperking van artikel ter, b, toe te passen.

APRENDENDO A APRENDER CLEVERSON BASTOS PDF

Algemeen Reglement voor de arbeidsbescherming

Met deze oplossing is het mogelijk om dubbel glas op het bestaande raamkader te plaatsen en de luchtdichtheid te verbeteren, zonder dat het nodig is om het venster volledig te vervangen. Aardwarmtewisselaar Een aardwarmtewisselaar is een buis of buizennetwerk in de grond waardoorheen de luchttoevoer van het gebouw wordt aangezogen. Op deze manier wordt de aangezogen lucht door de grond afgekoeld. Abiotisch Verwijst naar de fysisch-chemische factoren van een ecosysteem of biologisch proces, niet-levende elementen. Ook wel een omgeving genoemd die ongeschikt is voor het leven.

ISABEL ARVIDE MIS GENERALES PDF

ALGEMEEN REGLEMENT VOOR DE ARBEIDSBESCHERMING (ARAB)

Geschiedenis[ bewerken brontekst bewerken ] De historische basis van het ARAB wordt gevormd door twee vrij oude reglementaire bepalingen: het Keizerlijk Decreet van dat gericht was op de bescherming van de omgeving tegen de nadelige gevolgen van bepaalde bedrijvigheden. Dit decreet ligt aan de basis van de huidige reglementering op de gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke inrichtingen. Deze wet werd in vervangen door de Veiligheidswet. In werd de eerste bundel goedgekeurd. De bepalingen van het ARAB werden regelmatig gewijzigd en aangevuld. Sinds het ontstaan zijn er circa wijzigingen geweest.

DESBRAVANDO PIC 16F628 PDF

Het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB)

.

Related Articles