EOSINOPTERYX BREVIPENNA PDF

В род включают единственный вид Eosinopteryx brevipenna [1]. Eosinopteryx описан по единственному ископаемому образцу, извлечённому из геологической формации Тяоцзишан [en] на западе провинции Ляонин , Китай, которую датируют поздним юрским периодом оксфордский ярус , около млн лет назад [2] [3]. Родовое название происходит от др. Хотя изначально динозавр был классифицирован как троодонтид [1] , более поздний анализ показал большую вероятность того, что Eosinopteryx был примитивным представителем клады Paraves или клады Avialae [4]. Описание[ править править код ] Eosinopteryx brevipenna известен по единственному ископаемому образцу, состоящему из почти полного скелета подростковой или взрослой особи.

Author:Jukinos Tocage
Country:Oman
Language:English (Spanish)
Genre:Technology
Published (Last):25 April 2015
Pages:263
PDF File Size:17.45 Mb
ePub File Size:5.67 Mb
ISBN:366-9-70889-859-5
Downloads:4392
Price:Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader:Gobei



Die gaf als vondstlocatie Yaolugou in de prefectuur Jianchang , niet ver van Daxishan. De soortaanduiding is een combinatie van het Latijnse brevis, "kort", en penna, "slagpen", een verwijzing naar de relatief korte slagpennen op de achterpoten. Het holotype , YFGP-T, is in de provincie Liaoning gevonden in een laag van de Tiaojishanformatie die vermoedelijk dateert uit het Oxfordien , ongeveer miljoen jaar oud.

Het bestaat uit een vrijwel volledig en in verband liggend skelet, samengedrukt op een plaat. De belangrijkste verbreking van het verband is dat de schedel heeft losgelaten van de nek. Uitgebreide resten van het verenkleed zijn bewaard gebleven. Ook de hoornschachten van de klauwen zijn bewaard. Het gaat volgens de beschrijvers gezien de mate van verbening om een jongvolwassen individu; latere onderzoekers concludeerden dat het om een jong dier gaat.

Grootte en onderscheidende kenmerken[ bewerken brontekst bewerken ] Eosinopteryx is een erg klein dier, met een lengte van minder dan een halve meter. Het skelet heeft een bewaarde lengte van ,9 millimeter. De staart maakt met ,5 millimeter minder dan de helft van de lichaamslengte uit en is daarmee relatief kort. De beschrijvers wisten enkele onderscheidende kenmerken vast te stellen. Het traanbeen heeft bovenaan een zeer korte voorste tak maar een lange achterste tak die de helft van de bovenrand van de oogkas uitmaakt.

Alleen de voorste acht of negen staartwervels hebben chevrons, welke gereduceerd zijn tot korte stompjes. Het darmbeen heeft een lang, laag en taps toelopend achterblad, vijfmaal zo lang als hoog. De voetklauwen zijn korter dan de voorlaatste teenkootjes. Schedel en onderkaken[ bewerken brontekst bewerken ] De schedel heeft een juveniele vorm met grote oogkassen en een korte snuit. Het voorste snuitbot, de praemaxilla, is opvallend kort met zowel een verkorte voorste tak als achterste tak.

Het traanbeen heeft een L-vorm, waarbij in dit geval de achterste tak verreweg het langst is. Deze tak is langwerpig en recht en vormt de voorste helft van de bovenrand van de oogkas. De opgaande tak van het jukbeen richting postorbitale is nog relatief breed, breder dan bij Anchiornis. Het driestralige postorbitale is groter dan bij Archaeopteryx en duidelijk met het jukbeen verbonden. In de onderkaak is geen zijvenster waarneembaar.

Het dentarium heeft een buitenste horizontale groeve voor de aderkanalen die zich naar achteren verwijdt. De tandjes van Eosinopteryx zijn nog relatief groot, dolkvormig met scherpe punten en vermoedelijk afgeplat. Ze hebben geen kartelingen. Postcrania[ bewerken brontekst bewerken ] Er zijn negen halswervels. De nekribben zijn relatief lang, even lang als hun wervellichamen. De ruggenwervels zijn langwerpig, een basaal paravisch kenmerk, en hebben geen echte doorboorde pleurocoelen, slechts ondiepe uithollingen op de zijkanten.

De ribben zijn zeer dun, zoals past bij de geringe absolute grootte van het dier. De staart is opvallend kort met slechts 2,7 maal de lengte van het op zich al niet al te lange dijbeen en niet meer dan twintig staartwervels, een aantal dat verder alleen bij meer afgeleide vogels voorkomt. Doordat het uiteinde van de staart erg dun is, bestaat echter de mogelijkheid dat dit ten onrechte voor de laatste wervel is aangezien en de echte staartpunt ontbreekt, zoals bij zoveel fossielen.

De voorste staartwervels zijn kort, met zijuitsteeksels die opvallend smal zijn en langer dan de wervellichamen. Na de vierde wervel ontbreken de doornuitsteeksels. In de schoudergordel is het ravenbeksbeen rechthoekig met een vrij brede bovenkant en een duidelijke groeve onder het schoudergewricht.

Er is een vorkbeen aanwezig. Het opperarmbeen is stevig gebouwd met een vrij kleine, hooggelegen, deltopectorale kam. De onderarm is recht, zonder veel ruimte tussen ellepijp en spaakbeen, die beide ongeveer even dik zijn.

Het eerste middenhandsbeen — het "tweede" in de terminologie van het artikel dat de minderheidspositie volgt dat de vingers van Maniraptora de tweede, derde en vierde digitus vertegenwoordigen in plaats van de eerste, tweede en derde — heeft een derde van de lengte van het tweede middenhandsbeen.

Het derde middenhandsbeen is korter en veel slanker dan het tweede. De vingers zijn relatief korter dan bij Xiaotingia. Het eerste kootje van de eerste vinger is zo robuust als het spaakbeen. Het tweede kootje van de tweede vinger is, anders dan bij Xiaotingia, korter dan het tweede middenhandsbeen.

In het fossiel lijken de handklauwen erg lang en krom maar dat komt doordat de hoornschachten bewaard zijn gebleven en iets van de beenkernen geschoven; vergelijkt men met die laatste alleen dan zijn de klauwen tamelijk recht. In het bekken is het darmbeen kort met een bol bovenprofiel.

Het achterblad is langwerpig en laag, vijfmaal zo lang als hoog, en taps toelopend naar beneden gebogen. Het schaambeen is licht naar achteren gericht.

Het lijkt sterk op dat van Anchiornis met op de voorrand een hoog geplaatste processus obturatorius en een lange naar achteren stekende punt aan het uiteinde. Het dijbeen is vrij kort en licht naar voren bollend. Het onderbeen is vergroeid tot een tibiotarsus.

De bovenkant van het derde middenvoetsbeen is iets toegeknepen, de "subarctometatarsale" toestand. De eerste digitus ligt op de achterste binnenrand van het tweede middenvoetsbeen, net als bij Archaeopteryx, en niet midden op het binnenvlak als bij Anchiornis. Ook een vogelachtig kenmerk — althans wat bodembewonende vogels betreft — is dat de teenkootjes geleidelijk naar beneden toe in grootte afnemen.

De voetklauwen zijn opvallend kort, met een relatieve lengte die verder alleen bij meer afgeleide vogels voorkomt en korter dan de voorlaatste teenkootjes, en vrij recht. Verenkleed[ bewerken brontekst bewerken ] Het grootste deel van het lichaam lijkt bedekt te zijn door korte haarachtige filamenten, pluimen zonder schacht.

Twee centimeter lange pluimen bedekken de volle lengte van de staart. Er is dus geen staartwaaier; evenmin zijn penveren aanwezig op de zijden van de staart. Op de dijen, kuiten en handen zijn echter lange symmetrische penveren aanwezig; die van de voorpoten zijn daarbij duidelijk langer dan die van de achterpoten.

De middenvoet en tenen lijken penveren te missen. De penveren die het duidelijkst waarneembaar zijn, die van de onderarm, hebben een lengte gelijk aan anderhalf maal die van het opperarmbeen.

Dat zou betekenen dat vrij forse vleugels aanwezig zijn. Slechter waarneembare resten van de handpennen wijzen op een lengte van tweemaal die van de bovenarm. Fylogenie[ bewerken brontekst bewerken ] Eosinopteryx is door de beschrijvers na een exacte cladistische analyse binnen de ruimere Paraves in de Troodontidae geplaatst, in een basale positie, als zustersoort van de in dezelfde formatie gevonden Anchiornis.

Hun aftakking zou zich boven Xiaotingia in de stamboom bevinden, maar onder Jinfengopteryx. Latere analyses toonden soms een positie basaal in de Avialae of basaal in de Paraves. Hierbij moet bedacht worden dat van de oorspronkelijke beschrijving een cladistische analyse deel uitmaakte waarin Archaeopteryx in de Deinonychosauria viel en dus volgens de traditionele definities alle Troodontidae en Dromaeosauridae vogels waren.

Literatuur Godefroit, P. Reduced plumage and flight ability of a new Jurassic paravian theropod from China. Nature Communications 4 DOI :

ASTM D6980 PDF

Eosinopteryx brevipenna

.

EL VERDADERO PENSAMIENTO DE PABLO N.T.WRIGHT PDF

Tiny Feathered Dinosaur Discovered

.

HP DESKJET 940C MANUAL PDF

Eosinopteryx

.

Related Articles